Als we de kleine zaal van het Zaantheater binnen lopen zien we een abstract decor met zwevende meubelstukken. De vloer is verdeeld in vlakken op verschillende hoogtes.

Owen Schumacher komt onder luid applaus op en breekt de vierde wand direct en stelt zich voor als Otto, voormalig bankmedewerker die verantwoordelijk was voor de schuldbeheer maar nu in een ‘afvloeiingstraject’ zit.

Hij ligt in scheiding met zijn vrouw Anna (Hanneke Drenth), binnenhuisarchitecte die, ten tijde van de crisis toen niemand op een ‘homedesigner’ zat te wachten, het eigen huis maar heeft verbouwd en die kosten zorgen er nu voor dat ze niet kunnen scheiden.

De reden was overigens erectieproblemen. ‘Nou ik had de erectie en mijn vrouw vooral de problemen daarmee’, aldus Otto. Hiermee introduceert hij Marsha, een Oekraïense schone van zijn werk, die hem verleid heeft met erotische whatsapp-jes.

Dit gaf Anna dan weer aanleiding om aan te leggen met Koen (Beau Schneider) een jonge, wat slome slungel die vooral deugd ziet in het zich continu voor stellen.

Met Otto op de benedenverdieping en Anna op de eerste verdieping wonend blijft de zolder over voor verhuur om toch de kosten wat te drukken.

De knappe jongen Pitt, die samen met Anna op zangclub zit en ‘Jezus’ speelt in de Passion die zij gaan opvoeren, ziet wel brood in die zolder en komt de boel verkennen.

Als Pitt dan een kistje onder de trap naar zolder vindt rijzen er behoorlijk wat vragen; wie is die Pitt nu eigenlijk, waarom weet hij dat kistje te vinden en wat zit er eigenlijk in dat kistje?

Je zou ondertussen denken dat er een groep acteurs van een man of 6/7 op het podium staat maar niets is minder waar. Owen speelt de rol van Otto, maar zowel Hanneke als Beau spelen meerdere rollen. Dit vraagt dan wel om wat uitvergroting van types dus Hanneke zet een bedrogen, boze, maar liefde zoekende Anna tegenover een wat oversekste met duidelijk accent sprekende Marsha neer. Er is geen moment twijfel over wie ‘er aan het woord’ is en vooral het gesprek tussen de twee dames is subliem gedaan door Hanneke.

Beau heeft iets meer hulpmiddelen tot zijn beschikking om af te wisselen tussen de types Koen (haar naar voren en blouse open) en Pitt, (haar naar achteren en blouse dicht) hoewel de blik van Koen vaak al genoeg deed en voor redelijk veel lachsalvo’s zorgde bij het publiek. Als Beau dan ook nog de ‘vriend’ van Pitt ten tonele brengt, (zonder blouse en sterk accent) dan is de bewondering en respect daar want wat doet hij dat goed!

Maar zeker ook in samenspel lijkt het alsof men al jarenlang samen speelt. De ‘burenvergaderingen’ zijn al humoristisch maar ‘de groepsapp’ zorgt echt voor de schaterlachen. Vooral als Owen, Beau en Hanneke op een rij staand de chat nabootsen, inclusief emoticons. De eerste zin in de chat wordt gepost door Pitt: ‘laten we eerlijk zijn’ maar wat hij daar nu mee bedoeld?

Ook de woordspelingen over de vleesvervangers waar Pitt in handelt zijn erg grappig, (Slafink met de f van fake en de ‘swietchel’ zijn een paar voorbeelden). Dat hij daar een vriezer voor nodig heeft waar, zo blijkt later, veel meer dan alleen vleesvervangers in past, is slechts bijzaak.

De rustpunten vinden we in ‘het oefenen voor de Passion’ waarin Beau en Hanneke de kans krijgen ook hun vocale kwaliteiten ten toon te stellen.

Net voordat je denkt ja en nu, komt dat kistje weer terug in het verhaal en krijgt het stuk een noodlottige twist waardoor het hele verhaal in stroomversnelling komt. De voorstelling is dan ook een 1-akte die met ruim anderhalf uur continu blijft boeien. We zullen niet alles al verklappen, men moet dit echt zelf gaan zien!

Schrijvers Roos Schlikker, Erris van Ginkel en Richard Kemper die samen met Rick Engelkes produceert hebben hiermee een komische voorstelling gemaakt waar cabaret en toneel elkaar raken.

En dat raken gebeurde toch ook nog als, aan het einde van het verhaal, Anna en Otto voor één momentje weer even wat dichterbij elkaar komen wanneer Otto zijn favoriete dichter Wilmink citeert:

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

‘t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’
Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ‘t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf te bellen.

‘Laten we eerlijk zijn’ gaat door heel Nederland toeren en de precieze speellijst is te vinden op www.rep.nu

Klik hier voor de scenefoto’s

Klik hier voor de slotapplaus foto’s

Verslag: Mariska Steenbergen
Scene foto’s en slotapplaus: Peggy de Haan