Kan het gekker?

Kan het gekker?

Ja, het kan altijd gekker merkte ik deze week.
De tweede week begon vreselijk pijnlijk. Ik werd op maandag wakker met vreselijke pijn in mijn buik en het enige wat ik kon doen was schreeuwen. Emmer erbij, naar de wc, lopen, zitten, staan, kruipen… Niets hielp. De pijn was ook erg plaatselijk. Mike, mijn lieve zorgzame vriendje, heeft de eerste hulp gebeld me als een gek naar het ziekenhuis gereden.

Toen begon het hele avontuur. Het was zes uur on de ochtend dat ik op een kille brancard lag, zusters en broeders om me heen, infuus werd aangelegd, een zuster drukte op mijn buik, ik heb schreeuwend van de pijn verteld wie ik was en waar de pijn zat, en toen… rust… Morfine.
Mensenlief. Ik had nog nooit morfine gehad. Ik ken het omdat mijn moeder er tegenwoordig op leeft, maar wat is dat spul goddelijk. Eén van de zusters diende het via het infuus toe en je voelt letterlijk een wolk van rust in je geblazen worden. “Het topje van de pijn gaat er meteen af hé?” vroeg de zuster. Ik weet niet meer wat ik zei omdat ik in een wolk morfine dreef.

Wat heeft dit nou met ‘Hotel de grote L’ te maken? Nou, heel veel.
In mijn vorige dagboek schreef ik over mijn doodzieke moeder en de parallel met deze voorstelling, nou het komt sinds afgelopen maandag nog akelig meer dichtbij.
In de hele roes van morfine, pijnstillers en CT –en MRI scans werd me verteld dat ik een niersteen in mij urineleider had zitten en dat daardoor mijn nier gesprongen was. Ik bespaar je een hele hoop details, maar waar het op uitkwam is dat ik geopereerd moest worden en een stent zou krijgen. Een stent is een omleiding zeg maar, zodat alles weer goed doorloopt zeg maar.

Ok, ik citeer even een stukje tekst uit ‘Hotel’:
Broeder: We schuiven nu een metalen buisje…
Zuster: Een stent!
Broeder: …in dat dichtgeslibd stuk ader. Dat heet dotteren.

Je begrijpt dat ik in mijn morfine trip ook wel even gelachen heb toen de zuster aan mijn bed stond en ongeveer hetzelfde zei, maar dan over mijn urinebuis. En het blijft natuurlijk hilarisch dat elke keer als we de scene spelen waarin Pel aan Vader vraagt “heb je nou een stent”, we allemaal “ja!” denken. Haha.

Oh, en dat de arts dan wil dat ik week rust neem… Dan kent de arts ons vak niet zo goed. Ik heb geprobeerd hem dat uit te leggen, maar dat krijg je er natuurlijk niet in. Dus ik heb er 1 dag rust van gemaakt, want de voorstelling moet wel af zijn half februari. Dus met een kapotte nier, een niersteen, een pijnlijke blaas, een tas medicijnen ben ik de week door gestruikeld.

En we hebben daardoor gewoon zaterdag een eerste doorloop kunnen spelen. Ook struikelen hoor. Maar altijd goed om te kijken in hoeverre we alles in de grondverf hebben staan. Het begint zowaar al vorm te krijgen. En zo’n vroege doorloop helpt ons ontzettend om te voelen waar het stuk nou heen gaat.
Nou gaat echt niet alles goed hoor. Want je loopt vaak achter de feiten aan met zo’n doorloop. Ik mis dan meteen changementen, vergeet handelingen, zing mijn koortjes totaal verkeerd, etc. Alles wordt een soort ‘oh ja, dat had zo gemoeten’.

Enfin. We starten komende week aan het finetunen van de scenes. Opschonen, mooier maken.
Tot volgende week!

Lees ook:
Dagboek Theun Plantinga. ‘ Hotel de Grote L’, vijf sterren!

2018-02-22T21:31:51+00:00 19/01/2016 9:39|

Leave A Comment